Bart Kuijpers kreeg op z'n 17de teelbalkanker: 'Motorsport hielp me problemen overwinnen'

Bart Kuijpers werd op zijn 17de geconfronteerd met teelbalkanker. Hij genas, maar een sneller medisch ingrijpen had hem wellicht een aantal blijvende gezondheidsproblemen kunnen besparen. Een verhaal dat tot nadenken stemt.
Tekst: Annemie T'Seyen, uit Leven 2, april 1999
"Toen ik 17 was, merkte ik een verdikking op van mijn linkerteelbal. Mijn huisarts was met vakantie en dus ging ik naar de dokter van wacht. Die raadde me aan om even af te wachten. Fout, zo bleek achteraf. Een verdikking van de teelbal moet je altijd als een alarmsignaal beschouwen en verder laten onderzoeken. Dat was ook wat ik een week later van mijn eigen huisarts te horen kreeg. Hij liet me onmiddellijk in het ziekenhuis opnemen, en een eerste operatie wees uit dat het om een kwaadaardig gezwel ging. Enkele weken later werd tijdens een tweede operatie niet alleen het gezwel verwijderd, maar werden ook de lymfeklieren in mijn buik en benen weggenomen. Die vormen immers de eerste verbindingen voor uitzaaiingen. Enkele dagen na de operatie startte de chemotherapie. Die zou normaal 2 jaar duren, maar werd uiteindelijk al na 1,5 jaar stopgezet omdat alle gevaar geweken was."
Een verhaal met een staartje
"Toch heeft mijn verhaal geen happy end: het wegnemen van de lymfeklieren in mijn benen en buik - wat bij een snel en adequaat medisch ingrijpen had kunnen worden voorkomen - heeft ingrijpende en levenslange gevolgen. Zo moet ik twee keer per week naar de kinesist voor een lymfedrainage, dat zijn zo"n 100 sessies per jaar. Ik moet ook altijd en overal speciale steunkousen dragen. Niet alleen een vervelende, maar ook een vrij dure grap want het ziekenfonds betaalt slechts een beperkt deel van de kosten terug.
En er zijn nog meer beperkingen: doordat ik mijn been niet meer geheel kan plooien en door het gevaar op verwondingen zijn een heleboel sporten en beroepen voor mij onmogelijk. Dat heeft dus wel een aanpassing van mijn levenswijze gevraagd. En het heeft mijn toekomstplannen een heel nieuwe wending gegeven. Net zoals het feit dat ik door de ingreep onvruchtbaar ben geworden.
Bovendien ben ik door een bloedtransfusie tijdens de operatie besmet geraakt met het hepatitis C-virus (n.v.d.r.: het risico op een besmetting via bloedtransfusie was in de jaren "70 en "80 heel reëel, maar is nu, dankzij de screening van het bloed, vrijwel onbestaande). Hepatitis C is besmettelijk en kan levercirrose veroorzaken: twee dingen die mijn toekomst nog meer hypothekeren."
Het leven gaat door
"Ondanks mijn ziekte, de therapie en de gevolgen daarvan, heb ik altijd een vrij "normaal" leven kunnen leiden. Mijn ouders hebben me daarin ook volledig gesteund, en hun "beschermende" reflex wellicht vaak voor mij verborgen. Tijdens de chemotherapie bijvoorbeeld mocht ik na een week ziekenhuis altijd 4 weken naar huis. Zodra de eerste, kwade dagen voorbij waren, bracht mijn moeder me elke dag om 16 uur naar de schoolpoort, zodat ik mijn vrienden kon zien. Ik had vriendinnetjes, behaalde op mijn 18de mijn rijbewijs en kocht een motor: het leven ging door!
De motorsport heeft me trouwens ontzettend geholpen om mijn problemen te overwinnen: in mijn leren broek en vest ben ik een "motard". Dat heeft me vele sociale contacten opgeleverd en bovendien heb ik van mijn hobby - de motormechaniek - mijn beroep kunnen maken."
Onbenulligheden
"Maar uiteraard heeft één en ander zijn invloed gehad, vooral op psychologisch en sociaal vlak. Zo heb ik het gevoel dat ik emotioneel een al te snelle sprong heb moeten maken. Ik heb als jongere veel tijd alleen in het ziekenhuis doorgebracht, en dat heeft me getekend: je moet je plan trekken, véél geduld uitoefenen en prioriteiten leren stellen. Ik kan me echt niet meer druk maken over onbenulligheden of dingen waarop ik toch geen vat heb, en het ergert me bijzonder als anderen dat wél doen. Ik heb ook de neiging om me los te scheuren van ongemakken en emoties, wat handig lijkt om te overleven maar in een relatie beslist niet altijd positief is.
Sinds ik weet dat ik drager van het hepatitis C-virus ben en, mede als gevolg daarvan, mijn relatie is stukgelopen, heb ik het "huisje-tuintje-kindje-ideaal" helemaal vaarwel gezegd. Ik ben met de motor al half Europa rondgereden, en geniet van mijn vrijheid. Al is die niet totaal: ik beperk me tot veilige reisbestemmingen en heb altijd voldoende medicatie op zak. Ik drink geen druppel alcohol meer en blijf uiteraard mijn behandeling volgen. Kortom: ik bereken mijn risico's. Want een kapotte motor voorzie je van nieuwe onderdelen of zet je opzij, met een mens is dat niet mogelijk."
