Bjorn Verlinde kreeg vijf jaar geleden teelbalkanker. 'Mijn vrienden haalden me er door'

Ik stond op een koord: leven aan de ene kant, sterven aan de andere. Het vreemde is dat ik vooral naar de kant van het sterven keek. Dood gaan, daar had ik geen kracht voor nodig, daar kon ik me passief in laten vallen. Pas na verloop van tijd en dankzij de steun van enkele vrienden herontdekte ik de kant van het leven."
Tekst: Bart Van Moerkerke, foto Eric de Mildt, uit Leven 18, april 2003
Bjorn Verlinde stond in de zomer van 1997 voor zijn eerste grote werkervaring. Als jonge interieurarchitect kon hij aan de slag bij een Brussels evenementenbureau. De job als creatieve geest bij het organiseren van feesten en concerten sloot naadloos aan bij het leven dat hij toen leidde. "Ik leefde aan 100 kilometer per uur, zorgeloos, vrij, veel vrienden, geregeld de bloemetjes buitenzetten. Werk met een behoorlijk gehalte aan rock-'n-roll paste daar perfect in. Ik tekende mijn contract op een donderdag. 's Anderendaags ging ik bij een dokter langs omdat ik al een tijdje last had van een bolletje in een van mijn teelballen. De maandag erop zou ik voor het eerst in Brussel gaan werken. In plaats daarvan lag ik op de operatietafel in het ziekenhuis van mijn geboortestad Izegem. Ik had teelbalkanker. Gelukkig was er geen sprake van uitzaaiing. Ik kreeg in eerste instantie dan ook geen chemotherapie."
Een echte buddy
Met enkele weken vertraging ging Bjorn aan het werk bij het evenementenbureau. Een onderzoek begin september bracht echter toch uitzaaiingen in de longen aan het licht. Er volgden vier behandelingen met chemotherapie. "Ik was telkens één week in het ziekenhuis, één week thuis en twee weken in Brussel. Ik wilde absoluut werken, ik kon niet stil blijven zitten. Ik voelde me ook niet ziek. In mijn ogen was ik zelfs niet ziek: de dokters gaven me meer dan 90% kans om te genezen. Na de behandeling zou de ziekte voorgoed voorbij zijn, daar ging ik van uit. Het liep echter anders. In het voorjaar van 1998 bleek ik drie tumoren te hebben in het buikvlies. Er volgde een zware operatie in het Gentse UZ. Eén tumor was goedaardig, de andere twee kwaadaardig. Meteen zakte mijn overlevingskans naar 50%. Dat was een enorme klap."
Bjorn kreeg opnieuw chemotherapie en onderging een stamceltransplantatie. De vier weken in het ziekenhuis en daarna de drie maanden thuis waren bijzonder zwaar. "Fysiek was ik leeg. Na de geringste inspanning moest ik een paar uur in bed. Voor iemand die altijd bezig is, was dat een ramp. Een fitnessprogramma voor hartpatiënten hielp me er echter vrij vlug weer bovenop. Psychisch had ik enorm veel steun aan een psycholoog in het UZ. Hij luisterde naar mij, hij analyseerde en slaagde er altijd in het weinige positieve dat in mij zat naar boven te halen. En er waren ook de vele vrienden. Ik had een vriend die pas afstudeerde als dokter. Aan hem had ik enorm veel steun op medisch vlak. En Eddy, dat was echt mijn buddy. Als ik 's nachts angstaanvallen had, kon ik hem altijd telefoneren. Eddy is net als de psycholoog iemand die niet met je meegaat in het negatieve. Ik had 50% kans op genezing, maar hoe ik me er ook tegen verzette, ik keek vooral in de richting van de dood. Sterven was veel makkelijker dan leven. Op dat moment had ik echt mensen nodig die het positieve benadrukten en mij de ziekte even konden doen vergeten. Uiteindelijk was kanker maar één aspect van mijn leven, ik deed ook veel leuke dingen. Die ommekeer heb ik vooral te danken aan mijn vrienden. Zij hebben me erdoor gesleurd en tegelijk de last voor een stuk weggenomen van mijn ouders, die me ook altijd fantastisch steunden."
Leven met een smile
Intussen had Bjorn zijn ontslagbrief in de bus gekregen. "Officieel om economische redenen, maar het was duidelijk dat mijn ziekte de echte reden was. Ik kan dat ook wel begrijpen: ik leverde het bedrijf gewoon te weinig op. Vrij snel vond ik een nieuwe job, bij een Nederlandse firma. Mijn ziekteverleden bleek absoluut geen probleem. Ik heb de indruk dat ze in Nederland op een heel andere manier met kankerpatiënten omgaan dan bij ons. Ik begon er halftijds, maar na enkele maanden was ik alweer voltijds aan de slag. Ik richtte sportwinkels in in België en Luxemburg. Ik was veel onderweg, sliep vaak in hotels, het was een zot leven. Ik klom helemaal uit de put, was weer vol zelfvertrouwen. Dat was ook de periode waarin ik mijn vrouw Myriam leerde kennen. Intussen zijn we getrouwd en hebben we een huis gekocht. Begin vorig jaar raakte Myriam zwanger, ondanks mijn zeer kleine kans op vruchtbaarheid. Na zes weken kreeg ze jammer genoeg een miskraam. Wellicht had dat te maken met de zware chemotherapie die ik kreeg? Maar zeker weten we dat natuurlijk niet. Ik heb gelukkig voor de start van de behandeling wat zaad laten invriezen. Maar het blijft een moeilijke beslissing om te kiezen voor in-vitrofertilisatie (reageerbuisbevruchting, nvdr). Misschien lukt het ons toch nog op de natuurlijke manier."
"Ik leid nu een veel geregelder leven dan vroeger. Het werk dat ik momenteel doe - ik ben lichtconsulent bij een bedrijf uit Roeselare - laat dat ook toe. Ik voel me goed, ik bekijk het leven positief, met een smile. Alleen die geregelde medische controles blijven aan me vreten. In september vorig jaar zagen de dokters weer iets verdachts. Mijn hele leven klapte opnieuw in elkaar, het was pure paniek. De spanning duurde twee weken en toen kwam het verlossende nieuws: het bleek een waterophoping, niets om ons zorgen over te maken. Volgende maand moet ik weer op controle, nu al begin ik stilaan zenuwachtig te worden. Moeten bellen voor een afspraak, wachten op de resultaten, het zijn telkens weer zeer stresserende ervaringen."
