Mathias Crols (28): ‘Lotgenoten van mijn eigen leeftijd, dat heb ik gemist’

Jong en elegant is hij. Trots ook, op zijn glanzende zwarte haren die opnieuw zijn gegroeid. Een beetje mager, dat wel, maar vol energie. Twee jaar geleden kreeg Mathias Crols, die als tweejarig adoptiekind naar België kwam, maagkanker. Hij was toen 26. ‘Dat is niet niks, op zo’n jonge leeftijd kanker krijgen,’ zegt Mathias. ‘Terwijl je bij wijze van spreken volop aan het uitgaan en het feesten bent. Maar ik wil andere jonge mensen tonen dat ze niet in een hoekje mogen kruipen. Een positieve instelling is al de helft van de genezing.’
Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 42, april 2009
‘Het was schrikken, twee jaar geleden, toen ik ernstig ziek bleek’, vertelt Mathias. ‘Ik had al een tijdje geregeld buikpijn. Ik kon altijd goed eten, maar nu had ik na enkele aardappelen al genoeg. Tegelijkertijd bleef ik hongerig en verloor ik steeds meer gewicht. Onderzoek toonde aan dat ik een kwaadaardige tumor van 4,5 cm in mijn maag had. Omdat ook de klieren rond mijn maag waren aangetast, konden de dokters mijn maag niet sparen en werd die helemaal verwijderd. Mijn slokdarm en dunne darm zijn aan elkaar vastgemaakt. Wat ik eet, komt dus rechtstreeks in de darmen terecht.’
‘Daarna kreeg ik zes maanden zware chemotherapie. Ik nam die in de vorm van grote tabletten. Dat was een proefexperiment waar ik aan heb deelgenomen. Het is handiger dan uren aan een infuus te liggen. Ik had er eigenlijk weinig last van, of toch veel minder dan ik had verwacht. Ik was wel moe, maar ik deed toch waar ik zin in had. Wat gaan shoppen of een terrasje bezoeken. In december 2007 was die eerste chemokuur achter de rug. Ik vierde de feestdagen en alles ging goed, tot ik na terugkeer van een feestje vreselijke pijn kreeg. Op de spoedafdeling van het ziekenhuis bleek dat ik een darmobstructie had. Mijn darmen zaten letterlijk in de knoop waardoor er geen lucht of geen voedsel meer door kon. Om dat te verhelpen, hebben ze het litteken weer moeten openhalen. Dat was enorm pijnlijk. Daar heb ik meer onder geleden dan onder de maagverwijdering of onder de chemotherapie.’
‘Later kreeg ik een tweede kuur chemotherapie die liep tot eind april. Op 1 mei was ik samen met Katrien, mijn ex-vriendin, gaan winkelen in Eindhoven. Daar ben ik van mijn stokje gegaan. In het ziekenhuis bleek dat ik een epilepsieaanval had gekregen. Later kreeg ik er nog zo eentje, terwijl ik met de auto reed. Gelukkig heeft Katrien toen de auto stil kunnen zetten. Ik neem nu medicijnen tegen deze aanvallen en moet regelmatig onder de scan om de activiteit in mijn hersenen te laten controleren. Onlangs had ik nog een darmobstructie. Mijn darmen lagen opnieuw in de knoop. Deze keer hebben ze het opgelost door me een dag te laten vasten. Dan werken je darmen niet en als het meezit, raken ze zo vanzelf uit de knoop. Het is immers niet goed om het littekenweefsel telkens weer open te halen, want bij elke ingreep komen er vergroeiingen of littekenweefsel bij, waardoor de kans op een nieuwe obstructie nog toeneemt. Dat alles heeft ertoe geleid dat ik veel gewicht ben verloren. Vroeger woog ik 72 kilo, nu nog maar 49. Ook mijn immuniteit is nog niet helemaal op peil, ik word bijvoorbeeld makkelijk verkouden. Maar mijn vrienden vinden dat ik er tegenwoordig al heel goed uitzie. Vorig jaar was ik nog kaal. Nu is mijn haar weer mooi. Daar ben ik trots op.’
‘Leven zonder maag valt eigenlijk mee. In principe moet ik elke twee uur kleine hoeveelheden eten. Teveel eten mag niet want dan zetten de darmen uit. Dat is aanpassen natuurlijk. Maar ondertussen kan ik toch al vrij normale porties eten. Er zijn maar een paar zaken die ik niet goed verdraag, zoals eieren, melk en roomijs. Normaal gezien zouden mijn darmen in de loop van de jaren een klein zakje moeten vormen dat de helft van een normale maaginhoud kan bevatten. Maar het echte werk van een maag doet zo’n reservoir natuurlijk niet. Geregeld krijg ik een spuit met vitamine B12 omdat ik dat zelf niet meer kan aanmaken.’
‘Af en toe heb ik me wel eens afgevraagd waarom mij dit moest overkomen’, zegt Mathias. ‘Maar tja, wat ben je daarmee? Je maakt het mee en je moet er mee vooruit. Ik kan er gelukkig makkelijk over praten. Aan mijn vrienden heb ik enorm veel steun gehad. Als ik wat langer in het ziekenhuis lag, kwamen ze langs of ze belden mij en vroegen of ze iets voor mij konden doen. Toen ik opnieuw thuis was, belden ze om samen iets te ondernemen. Dat was fijn. Ook mijn tweelingbroer kwam elke dag op bezoek. Zijn vriend zocht veel informatie voor me op: over maagkanker, maar ook over dokters en ziekenhuizen die hier veel ervaring mee hebben. Het doet deugd als mensen zo met je begaan zijn.’
‘Ik heb een dochtertje, Kleo, van twee jaar. Ik mag er niet aan denken dat zij zonder vader zou moeten opgroeien. Ik heb me in het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid laten testen omdat ik bang was dat zij erfelijk belast zou zijn voor dit type kanker, maar dat bleek niet het geval. Haar mama, van wie ik nu gescheiden leef, heeft mij ook door dik en dun gesteund. Dat zal me altijd bijblijven.’
‘Voor ik ziek werd, was ik heel opgewekt, altijd aan het grappen. Dat is veranderd. Vroeger stond alles in het teken van uitgaan en feesten. Nu probeer ik bewuster te genieten, van elk moment en elke dag. Carpe diem. Het kan morgen gedaan zijn. Wat je vandaag hebt gehad, kunnen ze je morgen niet meer afpakken. Daardoor let ik ook minder op geld. Als ik iets wil kopen, koop ik het. Geld betekent niets in vergelijking met ziekte of gezondheid.’
Toen ik ziek was, bracht ik geregeld een bezoek aan het VLK-inloophuis van Turnhout. Daar heb ik mij echt thuis gevoeld. Je bent er altijd welkom. Ik heb bewondering voor de vrijwilligers die daar naar je verhaal luisteren. Het is wel zo dat ik daar alleen maar oudere lotgenoten heb getroffen, mensen boven de 45. Als jonge snaak zit je toch op een andere golflengte. Daarom zou ik het fijn vinden om ervaringen uit te wisselen met jonge lotgenoten, om elkaar te helpen, om hen te stimuleren om te blijven vechten. Kanker krijgen, dat heb je niet te kiezen. Toch mag je niet in een hoekje kruipen. Een positieve instelling is al de helft van de genezing. Dat zegt mijn vader altijd en dat vind ik ook.’

Lees de volledige Leven 40, met het interview met Mathias Crols en nog veel meer