Kattie en Peter over hoe kanker hun relatie onder druk zette. ‘We gaan verschillend om met angst en verdriet’

Meer lezen: 

 

Toen Kattie Hofman (36) twee jaar geleden borstkanker kreeg, had ze behoefte aan een partner die met haar meevoelde en dat ook toonde. Haar man Peter Decaluwe (39) wilde zo weinig mogelijk geconfronteerd worden met angst en verdriet. Hun relatie kwam onder druk te staan, ze moesten op zoek naar een nieuw evenwicht.

Tekst: Bart Van Moerkerke, foto: An Nelissen, uit Leven 45, januari 2010 

Peter

‘Toen Kattie thuiskwam met het slechte nieuws heb ik een traan weggepinkt. Het was de enige keer dat ik mijn verdriet heb getoond. Natuurlijk was ik onzeker en angstig maar ik blokte die gevoelens af. Je moet weten dat ik in het verleden met depressies kampte en zware angstaanvallen had. Dat wil ik niet meer meemaken.’

Kon u Kattie voldoende steunen?

‘Neen. Ik was een luisterend oor, dat wel. Maar ik wist niet wat ik zelf moest zeggen om haar te helpen. Ik ben impulsief, een flapuit. Vaak zei ik de verkeerde dingen en daar kwam dan gekibbel van. Op de duur had ik schrik om iets verkeerds te zeggen. Ik wil Kattie vooral bijstaan door veel huishoudelijke taken op te nemen, door er te zijn voor onze kinderen Douwe (5) en Merlijn (3), door hen een veilig gevoel te geven. Emotioneel kan ik haar niet voldoende steunen, daar schiet ik enorm in tekort. Ik ben ook maar een paar keer meegegaan als Kattie voor chemo of bestraling naar het ziekenhuis moest. Gelukkig waren haar vader of moeder er meestal bij.’

Waarom ging u niet mee?

‘Ik wilde daar het liefst niet bij betrokken worden. Het gevolg was dat ik ook niet aanvoelde dat Kattie op de toppen van haar tenen liep telkens de datum van een behandeling of onderzoek naderde. Als daar dan woorden van kwamen, kon ik mezelf wel voor de kop slaan: waar ben je mee bezig, wat een egotripper ben jij? Nu probeer ik me altijd voor te bereiden op een controle. De data zitten in mijn hoofd, ik mag ze niet vergeten. Ik heb me vaak schuldig gevoeld, nu nog trouwens. Op vakantie bijvoorbeeld ging Kattie met de kinderen zwemmen, de eerste keer na haar borstamputatie. Dat was een hele stap voor haar, om in badpak met een duidelijk zichtbaar litteken naar het zwembad op de camping te gaan. Ik ben in mijn zetel blijven zitten. Pas achteraf drong het tot me door dat ik met haar had moeten meegaan.’

Wat betekende de verschillende manier van omgaan met kanker voor jullie relatie?

‘Tijdens het jaar van de behandeling hebben we een samenlevingscontract ondertekend. Op het feest in de tuin heeft ze voor 110 genodigden verklaard dat ze me graag ziet. Maar natuurlijk heeft onze relatie onder druk gestaan. Er zijn periodes geweest dat we voortdurend ruzieden en dat we eraan dachten tijdelijk uit elkaar te gaan. Vaak was de aanleiding mijn ongezonde manier van leven: ik rook, ik snoep, ik eet veel te vet, ik drink liters koffie. Kattie kan daar niet mee overweg: stel dat ze hervalt, dan wil ze de zekerheid dat ik er ben voor de kinderen. Ik probeer mijn levenswijze wel aan te passen, ik heb goede bedoelingen maar ik houd het nooit lang vol.’

Hoe geraken jullie daar uit?

‘We beseffen dat we gewoon een heel verschillende visie hebben. Kattie wil door haar verdriet gaan, het ten volle beleven om het dan te verwerken. Ik wil niet te veel nadenken, ik wil vooruit en dan wel zien wat er komt. We hebben geleerd elkaars visie te begrijpen, al gaat dat nog altijd moeizaam. Maar door de ziekte is ons wij-gevoel toch versterkt. We doen meer dan vroeger dingen samen. Met, maar af en toe ook zonder de kinderen.’

 

Kattie

‘Toen ik Peter vertelde dat ik borstkanker had, vond ik het heel fijn dat hij niet in paniek geraakte. De stilte tussen ons deed deugd. Ik wilde mijn operatie uitstellen tot na de verjaardag van Douwe op 21 november en voor Sinterklaas terug thuis zijn. Peter heeft die keuze niet in vraag gesteld, dat was goed.’

Wat vond u ervan dat hij niet vaak meeging naar de behandeling?

‘Ik kom uit een familie waar borstkanker veel voorkomt. Mijn moeder, twee tantes, mijn grootmoeder, allemaal werden ze ermee geconfronteerd. Bij de eerste behandeling was ik blij dat mijn moeder met me meeging, ik wou het zo. Maar dat is typisch Peter, hij concludeert dan dat hij niet nodig is en trekt zich terug. Of hij nu meegaat of niet, op zich is dat zelfs niet het belangrijkste, maar ik wil wel dat hij me vraagt wat ik het liefst zou hebben. Dat hij duidelijke interesse toont in wat die behandeling betekent voor mij. Maar zo zit hij niet in mekaar. Er zijn momenten geweest dat ik daar niet mee omkon, dan kwam daar ruzie van. Ik ben heel open, tijdens ruzies spaar ik Peter niet. Dan zegt hij dat hij er in de toekomst rekening mee zal houden maar dat lukt hem niet. Hij is wie hij is. Dat heb ik moeten leren aanvaarden. Aan Peter moet ik heel duidelijk zeggen wat ik verlang, dan komt het wel in orde. Als ik verwacht dat hij spontaan iets doet, word ik vaak teleurgesteld. Hij is niet de man die me omarmt en zegt: “Ween maar eens goed uit”. Als ik er behoefte aan heb, moet ik hem zeggen dat hij me eens goed moet vastpakken.’

Heeft Peter u op een andere manier kunnen steunen?

‘Absoluut. Dat hij gegroeid is in zijn vaderschap is een grote steun voor mij. Ik kan meer dan vroeger de kinderen aan hem toevertrouwen, ik kan ze loslaten. Ik ben op bepaalde vlakken echt een prinses. Peter is de huisman, als ik thuiskom na het werk heb ik maar mijn voeten onder de tafel te schuiven. Dat is zijn manier om me te steunen.’

Peter zei dat u het moeilijk hebt met zijn ongezonde leefgewoontes.

‘Dat klopt, al is er wel iets veranderd. Vroeger maakte ik me er heel boos over, ik ging in het offensief. Peter reageerde dan defensief en zo kwamen we in een neerwaartse spiraal terecht. Door gesprekken met mijn seksuologe besefte ik dat het eigenlijk mijn angst is die ik op hem projecteer, mijn angst over wat er met Douwe en Merlijn zal gebeuren als ik zou hervallen en Peter gezondheidsproblemen zou krijgen. De dag dat ik dat inzag, ben ik ermee opgehouden de hele tijd op zijn kop te zitten. In plaats van hem ervan te beschuldigen dat hij te veel rookt, zal ik nu zeggen dat ik schrik heb omdat hij door te roken een stuk van mijn veiligheid wegneemt. Dat is een heel andere ingesteldheid die de confrontatie uit onze relatie haalt.’

Wat hebben de voorbije twee jaar u geleerd?

‘Peter en ik hebben heel verschillende waarden, we hebben moeten leren daar mee om te gaan. Toen ik ziek werd, verlangde ik van hem dat hij mijn waarden zou doorgeven aan de kinderen omdat ik daar de energie niet voor had. Dat is natuurlijk absurd, zo werkt het niet.’